Participatiewet

file451297827287Op 1 juli jl. is de Participatiewet aangenomen door de Eerste Kamer. Door deze wet worden de Bijstand, de Wajong (jonggehandicapten) en de Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw) opgenomen in één wet waar de gemeenten verantwoordelijk voor worden. De Participatiewet gaat in op 1 januari 2015.

De achtergrond van het voorstel is gelegen in het Sociaal Akkoord van april 2013. Daarin zijn afspraken gemaakt tussen sociale partners en de regering met het oog op verbetering van de kansen voor arbeidsbeperkten op de arbeidsmarkt. De concrete afspraak is dat er, tot 2026, 100.000 extra banen zijn gecreëerd, zowel in de private als publieke sector, plus 25.000 bij de overheid.

De Quotumwet en mogelijke sanctie voor bedrijven
Op 1 juli jl. is tevens de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten (“Quotumwet”), als aanvulling op de Participatiewet, aangeboden aan de Tweede Kamer.
Deze wet met sanctiemogelijkheden moet dienen als “stok achter de deur”. De Quotumwet treedt in werking als blijkt dat de gemaakte afspraken niet worden nagekomen en geldt voor bedrijven met een personeelsbestand van minimaal 25 werknemers.

In een nulmeting wordt vastgesteld hoeveel banen er op 1 januari 2013 door arbeidsgehandicapten werden vervuld.

In 2016 controleert het kabinet voor het eerst of de afgesproken aantallen extra banen over het jaar 2015 zijn gehaald. Als dat niet zo is, treedt de quotumregeling, na overleg met de sociale partners en de VNG, in werking. De quotumheffing wordt op zijn vroegst per 1 januari 2017 geactiveerd.

Het quotumpercentage wordt bepaald op grond van de (macro)gegevens van het totaal aantal uren waarover in Nederland door werkgevers loon is betaald (zgn. verloonde uren) en het aandeel van de doelgroep daarin. De beoordeling of aan de vereiste streefcijfers is voldaan, vindt plaats aan de hand van de landelijke cijfers over de ontwikkeling van de werkgelegenheid en het aandeel van de doelgroep daarin.

Of een individuele werkgever een quotumtekort heeft wordt bepaald aan de hand van de door hem in een jaar verloonde uren en het aandeel van de doelgroep daarin. Het quotumtekort is vervolgens het aantal verloonde uren voor personen uit de doelgroep dat in een jaar te weinig bij de werkgever in dienst is. Bij een tekort volgt een heffing ter hoogte van het quotumtekort, vermenigvuldigd met € 5.000. Dit betekent dat dit bedrag dient te worden betaald per persoon uit de doelgroep die te weinig in dienst is.

De Raad van State heeft in een advies diverse kanttekeningen geplaatst bij de (mogelijke) gevolgen van deze wet. Klik hier voor het volledige advies van de Raad van State.